De Galvano
Stijn van der Loo
De Galvano - Over overleven, je gedeisd houden en onverwacht verzet, tegen de achtergrond van een staalfabriek in de jaren dertig.
Moz werkt in de jaren twintig als leerling-galvaniseur bij de oude Van Herwaerd. Als diens zoon de directietaken overneemt, is Moz de enige die nog iets van het echte galvaniseren weet. Wanneer de Duitsers later de fabriek willen overnemen, zet de directeur hem in om dat de werknemers te vertellen, waarop zij zich verraden voelen. Het adagium van zijn vrouw Emma: hou je gedeisd, dan overleef je misschien, heeft haar in elk geval niet kunnen redden. Zij stierf op jeugdige leeftijd, maar blijf als klankbord in Moz' overpeinzingen voortdurend aanwezig. Keurig leidt hij nu de Duitsers in de fabriek rond, en op het moment dat hij Van Herwaerd jr. trots en met zogenaamde kennis van zaken cyanide in het zuurbad laat gieten, is Moz al veilig buiten, op weg naar huis. In een stilistisch fijngeslepen debuut loodst Stijn van der Loo ons mee in de schijnbare machteloosheid van de hoofdpersoon; schijnbaar, want was Moz niet degene die ooit, onder het mom van een ongeluk, de lijfelijk opdringerige commissaris van toezicht van zich afsloeg en hem in het zure etsbad deed verdwijnen?
- Libris Literatuur Prijs (nominatie)
- Selexyz Debuutprijs (nominatie)
- Schrijversprijs der Brabantse Letteren (juryprijs)
- Schrijversprijs der Brabantse Letteren (publieksprijs)
- Engelse vertaling
The Galvano - translated by David McKay.
The Galvano — About survival, keeping your head down, and unexpected resistance, set against the backdrop of a steel factory in the 1930s
Hoe dit boek ontstond
De Galvano schreef ik tijdens mijn opleiding aan de Schrijversschool in het derde jaar, eigenlijk als tussendoortje, want ik was in die tijd bezig aan een roman Herfst, Zomer, Winter, Lente, maar toen ik in het derde jaar begon vroeg ik aan de docent: 'zal ik daaraan verder werken of iets nieuws schrijven?' Hij antwoordde: 'als jij al met een manuscript komt van een paar honderd bladzijden (terwijl anderen net ergens aan beginnen) heeft iedereen meteen zoveel te lezen.' Ik zei: 'ik schrijf wel iets nieuws.' Dat werd De Galvano.
Mijn zegsman werd mijn schoonvader, Henk Klerks, die zelf galvaniseur was en smakelijke anecdotes had over de vele gevaren en stommiteiten in de fabriek. hij nam me ook mee naar zijn fabriek in Den Bosch, maar ook naar Schoonhoven, waar nog echte oude open dompelbaden stonden, zoals die in de jarendertig, mijn decor, ook werden gebruikt. Ik nam de dreiging van het interbellum als achtergrond, de fabriek vol giftige dampen als decor en begon. Als ik ook maar iets te vragen had belde ik hem op: 'Henk, hoeveel ph moet het zuurbad zijn om er iemand in op te lossen?' Dan zei hij: 'nou, oplossen zal niet helemaal gaan, maar flink zwartgeblakerd zal-ie er wel uitkomen.'
Ik schreef natuurlijk aan een fictieve roman, die gaat over wat de personages drijft en bezielt, maar dat begreep hij ten volle. Hij zorgde ervoor dat de technische termen correct waren, en sommige van zijn anecdotes kwamen regelrecht in mijn boek, zoals de figuur die per ongeluk zoutzuur in zijn laars giet.
Toen ik met het manuscript bij Querido kwam was de eerste vraag van de redacteur: 'Bent u chemicus?'
Ik: 'Nee, ik ben musicus.'
De Galvano schreef ik tijdens het derde jaar van mijn opleiding aan de Schrijversvakschool. Eigenlijk was ik toen bezig aan een andere roman, Herfst, Zomer, Winter, Lente. Aan mijn docent vroeg ik of ik daaraan verder moest werken of iets nieuws moest beginnen. Zijn antwoord was eenvoudig: "Als jij al met een manuscript van een paar honderd pagina's komt terwijl anderen nog moeten beginnen, heeft iedereen meteen zoveel te lezen." Ik besloot iets nieuws te schrijven. Dat werd De Galvano.
Mijn belangrijkste zegsman was mijn toenmalige schoonvader, Henk Klerks, zelf galvaniseur. Hij vertelde smakelijke verhalen over de gevaren, de ongelukken en de eigenaardigheden van het vak. Hij nam me mee naar zijn fabriek in Den Bosch en naar Schoonhoven, waar nog oude open dompelbaden stonden zoals die ook in de jaren dertig werden gebruikt. Daar vond ik het decor voor mijn roman: een fabriek vol giftige dampen tegen de dreigende achtergrond van het interbellum.
Als ik ook maar iets te vragen had belde ik hem op: 'Henk, hoeveel ph moet het zuurbad zijn om er iemand in op te lossen?' Dan zei hij: 'oplossen zal niet helemaal gaan, maar flink zwartgeblakerd zal-ie er wel uitkomen.'
Hoewel De Galvano een fictieve roman is over mensen, hun verlangens en hun drijfveren, begreep Henk wat ik nodig had. Hij zorgde ervoor dat de technische termen correct waren, en sommige van zijn anecdotes kwamen regelrecht in mijn boek, zoals de figuur die per ongeluk zoutzuur in zijn laars giet.
Toen ik het manuscript bij Querido inleverde was de eerste vraag van de redacteur: "Bent u chemicus?"
"Nee," antwoordde ik, "ik ben musicus."
Met De Galvano begon een samenwerking met Querido die inmiddels zes romans omvat en nog altijd voortduurt.
"De grote geschiedenis wordt op subtiele wijze persoonlijk gemaakt."
— Ilja Leonard Pfeijffer
Pers/reviews
pers en reacties