Oorlogsdreiging als smerige gifsluier
– Spits
Galvaniseren, wat is dat eigenlijk? Wie worstelt met deze prangende vraag, kan zich voor een antwoord verdiepen in 'De Galvano', het romandebuut van Stijn van der Loo. Deze muzikant en theatermaker voert de lezer naar de crisisjaren dertig, naar de stinkende, dampende en borrelende wereld van metaalfabriek Van Herwaerdt in Eindhoven.
In deze van zure gifstoffen vergeven omgeving werkt Moz, die anders dan zijn naam doet vermoeden, geen jood is, maar katholiek. Moz heeft zich in de loop van de tijd opgewerkt van leerling-galvaniseur tot voorman van het bedrijf, dat inmiddels onder leiding staat van de nichterige Van Herwaerdt junior, die zich nooit op de werkvloer laat zien.
Stijn van der Loo bedankt op de titelpagina van het boek zijn schoonvader, 'die alles weet van gif mengen, zuurbaden en de smerige gevaren van de galvanische industrie'. Dit verklaart veel over de nauwgezette manier waarop hij de fabriek beschrijft en de processen die er plaatsvinden bij de bewerking van metalen - om ijzer harder te maken, koperlagen aan te brengen, te vergulden; vieze en ziekmakende karweitjes, dat staat vast. Met de gezondheid van Moz valt het overigens wel mee: hij heeft 'vuurvaste handen' gekregen en geniet op een bepaalde manier van de werking van de machines.
Minder goed is het afgelopen met zijn geliefde, het Duitse meisje Emma dat na de Eerste Wereldoorlog bij zijn ouders in huis kwam als hulp in de huishouding. Met haar trouwen werd door zijn moeder verboden, maar Emma bleef in huis tot haar dood - ze overleed aan leukemie. Gaandeweg wordt duidelijk dat Moz' leven vooral is beïnvloed door zijn overheersende moeder en zijn berustende vader, die wel joods was, maar zich bekeerde tot het katholicisme om te kunnen trouwen - het was een 'moetje'. Emma was zijn grote liefde, met haar nuchtere kijk op het leven, vaak gevat in wijze tegeltjes-spreuken als 'Halt dich zurück, du süsses opferlam' (Hou je gedeisd, lief offerlam).
Zich gedeisd houden is niet altijd even gemakkelijk: zo begaat Moz een wanhoopsdaad wanneer hij seksueel wordt benaderd door een commissaris van de fabriek. Nog lastiger krijgt hij het wanneer Van Herwaerdt junior hem op een dag vertelt dat hij de fabriek gaat verkopen aan de Duitsers, die hij prijst als een slim, intelligent en edel volk. Het personeel - rauwe, door het vuile werk getekende kerels - zal worden ontslagen. Moz niet, want hij is de enige die de galvaniseermachine kan bedienen. Dat komt hem te staan op een stevige afstraffing van de mannen. Natuurlijk is dit niets bij wat Moz te wachten staat: de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging staan voor de deur en die dreiging hangt, zonder bij name te worden genoemd, als een veel smeriger gifsluier boven het verhaal; erg knap gedaan door Van der Loo.
Wie niet van tevoren wil weten hoe Moz zich uit zijn penibele situatie redt: vermijd het lezen van de achterflap van de Galvano. Een of andere oen heeft hier namelijk het complete verhaal in samengevat, inclusief de briljante climax, waarin Moz met terugwerkende kracht wraak neemt op de Duitsers. Stijn van der Loo wekt met dit prozadebuut bewondering. Ondanks een af en toe wat haperende schrijfstijl, smelt hij de verschillende verhaalelementen perfect samen tot een indringend geheel.