Een arbeider met vuurvaste handen

Grote thema's bij debutant Stijn van der Loo

— Judith Janssen, De Volkskrant

'Van Herwaerd sr. is gestorven in 1917, in oorlogstijd, en de commissaris van toezicht kreeg zijn ongeluk in 1919, een halfjaar na de heropening van de fabriek. Emma stierf op 21 mei 1931, aan leukemie. Verder is er in mijn leven nooit iets van belang voorgevallen.'

De laconieke toon waarop hier drie dramatische, door mysteries omgeven sterfgevallen, en eigenlijk een heel leven worden afgehandeld, is tekenend voor de stijl van Intermezzo-zanger Stijn van der Loo, die recent debuteerde met 'De Galvano'. in deze novelle voert hij een ogenschijnlijk heel eenvoudige man op, geen held, geen anti-held, maar een kleurloze arbeider met vuurvaste handen, Moz genaamd, die zijn dagen slijt in een galvaniseerfabriek.

De fabriek wordt geleid door Van Herwaerd sr. die met zijn stem als een schor kanon en kortaffe bevelen zeer aanwezig is op de werkvloer.

Anders wordt het als diens zoon het werk overneeemt. Van Herwaerd jr. 'weet niets van de galvano' en is alleen geïnteresseerd in winst. Hij verlangt er hevig naar zijn tijd nuttiger te besteden dan in de stinkende rotzooi van zuurbaden en galvaniseerbehandelingen.

Als een groepje Duitsers in de jaren dertig belangstelling toont voor de fabriek is hem er dan ook alles aan gelegen om de verkoop rond te krijgen. De moderniseringen en professionaliseringen (een 'auf wissenschaftlicher Grundlage aufgebauten Betriebsführung') die de mannen voorstellen, zullen de werknemers hun baan kosten. Maar ach, dat is slechts een te verwaarlozen bijkomstigheid - collatoral damage zogezegd - bij de opbrengst van de verkoop, vindt Van Herwaerd.

De arbeiders zelf zijn uiteraard een heel andere mening toegedaan, en er dreigt een gewelddadige opstand. Moz weet de gemoederen te sussen - hij kan zelfs blijven, heeft Van Herwaerd hem beloofd - en lijkt de enige verstandige in de benauwde koffiekamer waar grote woorden en machopraat domineren. Maar toch, ook hij voelt het onrecht dat de mannen wordt aangedaan en hij probeert de machteloosheid in daden om te zetten.

Van der Loo schreef een kleine roman. Minder dan honderd pagina's telt 'De Galvano', maar wat weet hij in die weinige woorden het leven van zijn Moz breed en volledig uit te tekenen! Niet in zijn stijl, maar wel in zijn onderwerpkeuze en de empathie tot zijn protagonist doet Van der Loo aan Elsschot denken. op dezelfde manier waarop deze nimmer bombastische auteur zijn Laarmans met enige pennenstreken vangt, zo krijgt ook Moz armen en benen, dromen en angsten.

Door alleen de buitenkant te laten zien, zijn handelingen en daden, en diepere gedachten slechts af en toe, wordt duidelijk hoe Moz tot zijn wraakactie wordt gedreven, waar zijn karakter vandaan komten hoe en door wie hij is gevormd.

Door Emma bijvoorbeeld, Moz' verstandige vrouw. Hoezeer hij, ook na haar overlijden nog, van haar houdt, blijkt uit de steun die hij zoekt bij zijn herinneringen; de weinige momenten waarop hij wél hartstochtelijk is. Hij adoreert 'de vreemde vrede van haar lieve lichaam' en bewondert haar vasthoudendheid in overleven.

Het is dan ook haar invloed - en minder die van zijn 'regerende moeder' en 'gecapituleerde vader' - die hem uiteindelijk aanzet tot een laatste radicale daad, waarbij zijn murw geslagen geest heel even de vrijheid krijgt.

De plot is klein, maar Van der Loo giet het boekje vol motieven en symboliek. Hij opent een weidse wereld met op de achtergrond grootse thema's als het opkomend anti-semitisme en de crisis van de jaren dertig. 'De Galvano' is goed gecomponeerd en geënsceneerd, maar stilistisch kan het wel beter. Of Van der Loo van zijn uitgever een goede begeleiding heeft gehad is ook maar de vraag, want de uitgave rammelt aan alle kanten. de flaptekst is warrig en het boekje bevat veel teveel fouten voor zo'n kleine roman - 'Zelf kon ik kon geen woord uitbrengen...', 'Voorin de hal...'

Slordigheden zitten er ook in Van der Loo's schrijfstijl. De zinsopbouw is onnodig vreemd, vooral in de dialogen, en vaak te staccato. Soms ontsporen zijn vergelijkingen - zo wandelen Moz' woorden 'stram de ruimte in, als langbenige insecten' - maar op andere momenten bevat "De Galvano' prachtige vondsten en zijn de ritmiek en de muzikaliteit van Van der Loo's andere stiel herkenbaar.

De hand van de stervende Emma is dan een 'ziek klauwtje', een soldatenbeeldje dat te lang in het goudbad heeft gelegen een 'bedolven held'.

'De Galvano' is als het topje van de ijsberg, met alleen de zichtbare kanten van een innerlijk woest emotionele galvaniseur, die door iedereen is verlaten en zelfs in zijn ouderlijk huis wordt rondgebonjourd.

Hopelijk is de novelle het begin van Van der Loo's schrijfcarrière en gaan er nog meer, vooral ook omvangrijker romans volgen. Want 93 pagina's van dit ruwe, maar indringende proza is veel te weinig.