Indrukwekkende romanette

— Daniëlle Serdijn, Het Parool

Is het een roman? Is het een novelle? Of moeten we voor intelligente dunnertjes een nieuwe naam verzinnen: romanettes? Uitgeverij Querido wist het ook niet precies en noemde het daarom maar gewoon een prozadebuut. Slechts 92 pagina's telt 'De Galvano" van Stijn van der Loo (1963). Dat zijn er niet veel, maar genoeg om een bijzondere indruk op de lezer achter te laten. In dat opzicht zijn het er dan weer te weinig.

In 'De Galvano' beschrijft Van der Loo de wederwaardigheden van Moz. Op voorspraak van zijn dominante moeder begint hij rond de Eerste Wereldoorlog als leerling-galvaniseur in de Galvano. De baas van het bedrijf is de oude Van Herwaerd, die het personeel uitsluitend toeblaft in medeklinkerloze woorden.

Toch blijkt een soort verstandhouding tussen de baas en Moz te bestaan. Als Van Herwaerd sterft, nadat hij per ongeluk is neergeschoten door één van de werkmannen, kreunt hij zijn laatste woorden: " Moz, [...] laat de fabriek niet..." En Moz, die aan weinig woorden genoeg heeft, laat de fabriek ook inderdaad niet... Tot het allerlaatste moment, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en de Duitsers komen om De Galvano over te nemen, blijft hij verantwoordelijkheid dragen.

Moz leren we kennen door eenvoudige mededelingen. Soms worden die gedaan in bondige dialogen.Vraagt iemand bijvoorbeeld naar zijn naam, dan gaat het als volgt: "Moz, is dat joods?"

"Katholiek, meneer."

Lijkt simpel. Maar dit gesprekje wordt later nog eens herhaald, waardoor de mededeling van toon en zelfs van betekenis verandert. (Zo werkt literatuur nu eenmaal, alles krijgt betekenis en stuurt de lezer in een of andere richting.) Zo vanzelfsprekend katholiek is Moz namelijk helemaal niet. Hij heeft een joodse vader, die aan het hoofd staat van een Reederij. Moz' moeder is katholiek van origine, maar qua bemoei- en bedilzucht gedraagt ze zich als een stereotype Jiddische mama. Er zijn meer momenten waarop het joods/Duitse motief subtiel opduikt, en het verhaal een extra lading krijgt. Bijvoorbeeld wanneer Moz wil trouwen met de Duitse Emma.

Uitvoeriger is Van der Loo in het beschrijven van de verhoudingen tussen de arbeiders in de fabriek. Moz is aangewezen als primus inter pares en moet zowel de nieuwe directeur Van Herwaerd junior, als de werkmannen te vriend zien te houden. Moz laat zich daarbij leiden door de wijsheden van zijn overleden geliefde Emma. Zij fungeert in zijn gedachten nog altijd als klankbord. Zij heeft bepaalde inzichten gehad: over leiderschap bijvoorbeeld, en over verschillende machtsprocessen, wat gezien het tijdstip, het interbellum, niet toevallig kan zijn.

Op bescheiden wijze heeft zij woorden gegeven aan grote zaken. Met deze woorden in het achterhoofd probeert Moz oprechte keuzes te maken. Dat maakt hem tot een sympathieke figuur, want ook al heeft hij een kerel in het zuurbad laten zinken, zijn oprechtheid is volstrekt overtuigend. Zo'n karakter als Moz zou nog wel gekkere dingen kunnen uithalen zonder integriteitsschade op te lopen.

Dat is knap gedaan. Daaraan kun je zien dat de schrijver het verhaal in de hand heeft gehad. Híj stuurt de lezer. Ook de strakke compositie van het verhaal - inclusief de subtiele manier waarop motieven worden herhaald, en de suggestieve werking die daar van uitgaat, maken van 'De Galvano' een indrukwekkend debuut.

Alle lof dus voor Van der Loo. Op grond van dit boek is de verwachting gerechtvaardigd dat hij nog meer moois kan afleveren. Op grond van de beknopte biografie op de flaptekst echter, waar parmantig wordt vermeld dat Stijn van der Loo er allerhande niet-literatuurgerelateerde bezigheden op nahoudt, ontstaat de indruk dat deze schrijver het eigenlijk veel te druk heeft voor de letteren. Zanger, musicus, docent, prijzenwinnaar. Hartstikke leuk, daar niet van, maar het geeft 'De Galvano' de bijsmaak van een tussendoortje, en dat verdient dit boek beslist niet.