Stijn van der Loo debuteert indrukwekkend met De Galvano

– Reg ten Zijthoff, Brabant Literair

Stijn van der Loo krijgt het moeilijk de komende jaren. Na heel wat jaartjes muziek, muziekpedagogiek, kleinkunst en docentenwerk schreef hij een novelle. Niet zo maar een story van dertien in een dozijn maar een aangrijpend verhaal over een joodse jongeman in de jaren dertig in de galvaniseringsindustrie van Eindhoven. Een portret en tijdsbeeld dat de kracht van een ooggetuige heeft. Een geboren schrijver die straks moeilijke keuzes moet maken tussen de talloze disciplines die hij beheerst.

Het lijkt alsof Stijn van der Loo erbij heeft gestaan, deel uitmaakt van het fabrieksleven waarbinnen Moz als een schijnbaar buigend riet alle tragedies en stormen over zich heen ziet komen tot aan zijn ultieme wraak. Achter de rust en diplomatie die hij uitstraalt gaat een tijdbom schuil die niet terugschrikt voor moord.

Met de novelle De Galvano toont Stijn van der Loo (Eindhoven, 1963) een talent dat hij niet kan negeren en dat zich moeilijk laat combineren met meer dan fulltime werk in de muziek- en kleinkunstsector. Alleen al de research om de geloofwaardigheid van locatie en situatie te onderbouwen heeft maanden gekost. De wijze waarop de alpha Van der Loo in korte zinnen en een lucide stijl De Galvano en andere productietechnieken neerzet, lijkt van een ervaren fysisch chemicus te komen. Galvaniseren is een redelijk ingewikkeld proces dat langs elektrolytische en elektrochemische weg kan verlopen. Kleine foutjes kunnen daar grote, dramatische gevolgen hebben.

In de novelle staat het galvaniseringsproces, waarbij diverse metaallagen op een ondergrond voor verhulling en vermomming zorgen, als metafoor voor de verschrikkingen van het nazirijk dat zich aankondigt. Moz, die door de dood van zijn Duitse (!) vrouw getraumatiseerd is, lijkt aanvankelijk lijdzaam toe te zien hoe de zoon van de fabriekseigenaar zijn erfenis verkwanselt aan de Duitsers en daarbij zijn werknemers verraadt. Maar uiteindelijk is hij het die rigoreus de woede van de ontslagen arbeiders vertaalt in een schitterende, fysisch-chemische wraakactie die direct verwijst naar de vernietigingskampen van de Holocaust.

Je kunt, zoals een enkele landelijke criticus, vallen over wat stylistische slordigheden. Maar die zijn zo marginaal dat het onrecht doet aan de magistrale vorm van dit literaire juweeltje.

De Galvano is een novelle die je uitleest en meteen herleest. Kort, geschreven in een ijzingwekkend staccato van jagende zinnen vol dreiging en zeggingskracht. De beschrijvingen van het fabrieksgeluid zijn zo realistisch dat je ze binnen de context van tijd en oorlogsdreiging automatisch vertaalt naar mitrailleurs en bommen. Vanaf de eerste regels sleept Stijn van der Loo je mee in de binnenwereld van Moz die net zo kookt, borrelt en chemisch reageert als de omgeving waarin hij werkt. Je proeft het onontkoombare noodlot.

Terwijl het galvaniseren de 'werkelijkheid' bedekt, doet Moz het omgekeerde. Hij pelt de schillen af van een structuur waarin kapitalisme en nazidom in hun gruwelijke samenwerking nog verhuld zijn en onbewust trekt hij op voorhand de enig juiste conclusie.

Stijn van der Loo mag je de literaire ontdekking van 2004 noemen. Terecht is hij genomineerd voor de landelijke literaire debuutprijs.